Absint
Een sprankelend venster op het dagelijks leven van Belle Époque-Frankrijk
Alphonse Allais is een naam die in de Nederlandse literatuurgeschiedenis misschien niet de bekendheid geniet die hij verdient, maar dankzij vertaler en bewerker Jeroen Sweijen komt daar met de bloemlezing Absint eindelijk verandering in. Dit boek is niet zomaar een vertaling; het is een uitnodiging om plaats te nemen aan een tafeltje in een Parijs café rond 1900, waar de geur van absint in de lucht hangt en de humor nog scherp en vilein is.
Wie verwacht dat de verhalen van Allais stoffig zijn, komt bedrogen uit. Allais was een virtuoos van de korte vorm. Hij schrijft met een snelheid en een lichtvoetigheid die modern aanvoelt, zelfs meer dan een eeuw na dato. Zijn personages – van klungelige militairen tot berekenende hoteliers – worden in enkele trefzekere zinnen neergezet. Allais is de meester van de korte, droge observatie.
De kracht van de bundel zit in de herkenbaarheid van het menselijk tekort. Allais fileert de maatschappij van zijn tijd, maar legt daarmee universele menselijke trekjes bloot: de ijdelheid, de gierigheid en de onvermijdelijke absurditeit van het bestaan. Hij doet dit met een humor die zelden plat is; het is eerder droog, soms surrealistisch en vaak heerlijk cynisch.
...Maar inderdaad, nu herinner ik het me weer wonderbaarlijk goed. Toen wij elkaar leerden kennen, onderwees ik Nederlands aan een jongedame…’
‘Aan de mooie Catherine d’Arpajon. Wat een prachtige meid! Ach, wat een lief heksje! Maar vertel eens, Fléchard, hoe kwam Catherine op het vreemde idee om Nederlands te leren? Nederlands is geen taal die men zonder ernstige reden leert.’
‘Dat is een heel verhaal, dat ik u nu wel kan vertellen zonder indiscreet over te komen. Op de renbaan van Auteuil had Catherine d’Arpajon kennis gemaakt met een rijke en uiterst gulle plantage-eigenaar, die geen woord Frans sprak. Toen deze vreemdeling Parijs verliet, beloofde hij Catherine, met behulp van zijn tolk: “Mijn lieve kind, wanneer u de taal van mijn land machtig bent kom dan naar mij toe, u zult als een koningin ontvangen worden.” En hij gaf haar zijn adres. Enige tijd later hoorde ik dat Catherine d’Arpajon een leraar Nederlands zocht.’…
...’Maar spreekt u dan Nederlands?’
‘Het was voor mij een goede gelegenheid om enkele woorden te leren.’
‘En wat is er van die mooie Catherine geworden?’
‘Ik heb haar sindsdien niet meer teruggezien.
Ik heb wel vernomen dat die arme meid zich van taal vergist had.
De plantage-eigenaar sprak geen Nederlands, maar Deens.’
Het vertalen van humor is een hachelijke onderneming. Woordgrappen, de specifieke cadans van de Franse taal en de tijdsgeest van het Parijse cabaret laten zich niet altijd één-op-één overbrengen. Jeroen Sweijen is hier echter uitstekend in geslaagd. De vertaling leest soepel en behoudt het vlotte, bijna spreektaalachtige karakter van de originele verhalen. Sweijen heeft de 'vileine pen' van Allais weten te vangen in rijk en levendig Nederlands, waardoor de sprankeling van de Belle Époque volledig behouden blijft.
Absint is een ideale metgezel voor de lezer die houdt van verhalen die je met een glimlach op je gezicht achterlaten, maar die tegelijkertijd net even het randje opzoeken. Het boek is perfect voor korte leesmomenten: het formaat van de verhalen leent zich uitstekend voor een moment van ontspanning, precies zoals Allais zijn verhalen destijds in het café aan zijn vrienden dicteerde.
Het is een indrukwekkende prestatie dat dit werk eindelijk voor het Nederlandse publiek toegankelijk is gemaakt. Het biedt een fascinerend tijdsbeeld van een bruisend Parijs, zonder ooit in nostalgisch sentiment te vervallen.
Absint is een must-read voor liefhebbers van klassieke Franse humor en voor iedereen die houdt van scherpzinnige, korte verhalen. De bloemlezing bundelt de enige roman van Allais en vierentwintig uiteenlopende humoristische verhalen. Alphonse Allais bewijst hiermee dat echte humor tijdloos is. Jeroen Sweijen heeft met deze bloemlezing een prachtig eerbetoon geleverd aan een auteur die, ook in Nederland, eigenlijk niet meer mag ontbreken in de boekenkast.
Alphonse Allais (Honfleur, 1854 – Parijs, 1905) was een veelzijdige, humoristische schrijver, plezierdichter en journalist, met een grote voorkeur voor het absurde en het onverwachte.
Uitvinder van de oploskoffie, bedenker van Paris-Plage, maar bovenal amuseur en verteller.
Zoals Alphonse het zelf zei: ‘Ik ben een apotheker die goed terechtgekomen is.’
In ‘Absint’ zijn de roman ‘L’Affaire Blaireau’ (1899) en verhalen uit onder meer ‘À se tordre’ (1891) en ‘On n’est pas des bœufs’ (1896) opgenomen.
Jeroen Sweijen (1974) woont al zijn halve leven in Frankrijk en was o.a. wethouder, manager en bestuurslid. Jeroen Sweijen is een tweetalige schrijver, journalist en breed geïnteresseerd Frankrijkspecialist. Het œuvre van Alphonse Allais leerde hij kennen tijdens zijn studententijd in Caen.
Jeroen schreef onder meer ‘Waarom Lyon geen Dijon heet’ (over Franse plaatsnamen) en de bestseller ‘Thuis in Frankrijk’, een uniekeemigratiegids.
Absint koopt u bij (de webwinkel van) uw lokale boekhandel of bij:
Boekgegevens
Titel: Absint
Serie: September Classics (3)
Auteur: Alphonse Allais
Vertaald en bewerkt door: Jeroen Sweijen
Genre: bloemlezing
Uitgave: paperback, 210 pagina's
Uitgever: Uitgeverij September, mei 2026
ISBN: 9789493244689
NUR: 304
Met dank aan Uitgeverij September voor het toezenden van een recensie-exemplaar.
(bron info: Uitgeverij September)
















