vrijdag 4 december 2015

Ik las: 'Schiet maar, ik ben toch al dood' van Julia Navarro



Schiet maar, ik ben toch al dood

Een buitengewone roman vol verrassende plotwendingen en emoties, vanaf de geheimzinnige titel tot aan het aangrijpende slot.

Waar gaat het verhaal over?

Aan het einde van de negentiende eeuw, gedurende de laatste fase van het tsarenrijk, moet de Joodse familie Zucker Rusland ontvluchten. Bij aankomst in het Beloofde Land koopt Samuel Zucker het land van de Ziads, een Arabische familie met Ahmed aan het hoofd. Tussen Samuel en Ahmed ontstaat een hechte vriendschap die, ondanks religieuze en politieke verschillen, generatie op generatie blijft bestaan.

De met elkaar vervlochten levens van de Zuckers en de Ziads vormen een mozaïek van verraad en beproevingen, van mogelijke en onmogelijke liefdes - een beeld van het hachelijke leven en samenleven in een sfeer van wederzijdse onverdraagzaamheid in het Beloofde Land.

Mijn mening.

Een historische roman die mijn aandacht vasthield door alles wat er in gebeurde. Zowel door de gebeurtenissen in de families waar het hier over gaat als door wat er tegelijkertijd in de wereld om hen heen gebeurde.

Het verhaal begint op het punt in de geschiedenis waar Marian Miller in het moderne Jeruzalem op zoek gaat naar Aaron Zucker. Ze ontmoet Ezechiël, zijn vader. Marian is een medewerkster van Vluchtelingenwerk dat gesubsidieerd wordt door de EU en ze heeft als taak de problemen te onderzoeken van mensen die door oorlogshandelingen of en door andere oorzaken zoals natuurrampen verdreven zijn van de plaats waar ze leefden.
Hoe actueel kan een verhaal zijn?
In het geval van Marian gaat het weliswaar over Palestijnen, maar ook hier zijn het vluchtelingen waar het verhaal over handelt. Niet alleen Palestijnen, maar ook Joden hebben moeten vluchten zoals Ezechiël vertelt.
Zijn vader Samuel was een Rus van Poolse afkomst uit het Rusland van de tsaren.
'Als u tijd hebt om naar die geschiedenis te luisteren…'
'Het kan een manier zijn om de dingen beter te begrijpen.'

Het was alsof ik mee mocht luisteren naar de verhalen over de glamour van Parijs, ook in die tijd was het al een stad van grote allure. Over de generaals, de pasja's van het Ottomaanse Rijk en over de Nazi-vernietigingskampen. En hoe de personages in die tijd door het leven gingen.
Wanneer Samuel in het Beloofde Land aankomt, ontmoet hij Ahmed. Een Palestijn waarvan hij een stuk land kan kopen. Ze worden vrienden en wonen in 'De tuin van de hoop' zoals ze de kleine samenleving noemen die daar ontstaat met mensen van allerlei origine. Zowel Joden als Palestijnen wonen daar. Ze moeten wel aan elkaar wennen, maar er is steeds hoop en vooral vriendschap!

Deze auteur heeft alles zo goed beschreven dat het was alsof ik er bij aanwezig was. De kleding, de geuren die uit de keukens kwamen en de sociale gewoontes van de diverse volken. Bovendien benadrukt ze in deze roman dat historische aspecten belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de mensen in de tijd waarin ze leven. Hoe ze zichzelf als mens ontwikkelen, hoe ze denken en voelen, het hangt af van wat er in de wereld gebeurt.
Hoewel er veel herhaald werd en de familiebanden van de personages benadrukt werden heb ik me geen moment verveeld gevoeld tijdens het lezen van deze roman. Belangrijk is dat Julia Navarro twee heel verschillende standpunten heeft kunnen benadrukken, zonder een oordeel te vellen. Er wordt wat meer verteld over het Joodse standpunt, maar ik heb aangenomen dat het komt door de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. De mensen lijken steeds op de vlucht te zijn of voelen zich aangevallen door de andere bevolkingsgroep.

Denk je dat wij, Arabieren en Joden, ooit nog eens samen kunnen leven?’ vroeg Ayah haar, terwijl ze haar tranen droogde. ‘Pas wanneer er zo veel doden zijn dat nog een dode meer ondraaglijk zal blijken. Dan zullen de mensen pas met elkaar gaan praten.’

Naarmate het einde van het boek nadert komt een plotwending die ik niet verwacht had. Ik kon mijn tranen niet bedwingen, zo heeft het me gegrepen. Hier komt ook de titel aan de orde.
Ik ben blij dat ik dit boek heb gelezen, het heeft me zoveel inzicht gegeven in wat er is gebeurd in de honderd jaar waarin het verhaal zich afspeelt. Het is fictie, maar geeft veel inzicht in de werkelijkheid.
Twee families, gescheiden door het geloof maar bij elkaar door hechte vriendschap. Je voelt hun angst voor de toekomst en de hoop op betere tijden. Soms tegen beter weten in.

Over de auteur:
(foto: Wereldbibliotheek)


Julia Navarro (Madrid, 1953) is journalist. Haar werk is vertaald in 27 talen. 
Bij Wereldbibliotheek verschenen Zeg me wie ik ben (2012) en Het bloed van onschuldigen (2014).

Reserveer dit boek bij uw lokale boekhandel of via:

Boekgegevens:
Titel: Schiet maar, ik ben toch al dood
Auteur: Julia Navarro
Genre: vertaalde literatuur
Uitgave: paperback, 768 pagina's
Uitgever: Wereldbibliotheek, november 2015
ISBN: 978 90 28426 48 1
ISBN: 978 90 28441 59 0 (e-book)
NUR: 302
Oorspronkelijke titel: Dispara, yo ya estoy muerto
Vertaling: Bart Peperkamp
Omslag: Karin van der Meer

4 opmerkingen:

  1. Dit lijkt me een heel mooi boek. Ik maak graag kans. :)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ongelooflijk langdradig boek dat feitelijk een aantal flinterdunne liefdesverhaaltjes verbergt. Tegenstrijdigheden bij de vleet, soms op een en dezelfde pagina. Een houterige taal, gebrekkige karaktertekeningen.
    Samengevat: een Libelle-verhaal maar dan veel langer.

    BeantwoordenVerwijderen

Laat gerust een reactie achter. Dat waardeer ik. Ik zal zo snel mogelijk op de vraag of opmerking reageren. Bij voorbaat mijn dank.