dinsdag 7 juni 2022

Ik las: 'Kraanvogels' geschreven door Jane Leusink

er zijn ogenblikken dat het lichaam zo ontvankelijk is voor woorden
dat het zeer doet


Kraanvogels

Kraanvogels staan voor waakzaamheid. In de Chinese traditie dragen ze op hun rug de zielen van de doden. Bij Plinius plaatsen kraanvogels schildwachten als ze tijdens de trek uitrusten. Op een poot staand, met een steen in de andere, weten ze zeker waakzaam te zullen blijven.

Jane Leusink gaat verder met waar ze in haar vorige, vijfde bundel Een grazende streep in de lucht een begin mee heeft maakt. Zonder in het particuliere te vervallen, verbindt ze in een achttal lange, soms epische, dan weer lyrische gedichten persoonlijke geschiedenissen met universele vragen omtrent groei, dood en rouw. 

Ze onderzoekt de kunst van het sterven op Bali in de Puputan van 1906, ze speculeert over de voor pogrom en oorlog vluchtende Russisch-Pools-Joodse voorouders en onderneemt een zoektocht naar een gestorven dochter die ze ergens onderweg was kwijtgeraakt.
 
‘Want iets wat in de jeugd gebeurt, is dikwijls het gevolg van een voorval op oudere leeftijd.’ Dat schrijft Marten Toonder in een brief aan Dick Matena (zie Brieven 1979-1991). Oftewel wij zijn ons geheugen, dat ogenschijnlijk grillige fenomeen dat zo open staat voor toeval en avontuur.

“Wij kraanvogels in de stilte van wiegende waakzaamheid
van bocht, van wolk, van het kapen van ruimte, drijven
metgezellen evenwijdig met ons mee, wij zien
naast ons de ander, zien haar die wij delen
met de blauwe lucht, waarin zij maar kort.”

Wat vooral opvalt is de liefde voor taal van de auteur. 
In het hoofdstuk ‘Het was verheffing volgens het ideaal’ lees je in ‘Want in de taal ligt het hart van een volk’:

“…En nu het saai vervolg: vond HAMMERK: nieuw gebouwd dorp op aangeslibde gronden en verderop: weilanden die ‘s winters onderliepen: dat merk wijst naar het latere marke: teneinde wat gemeenschappelijk is te bestieren. Ik vroeg me af hoe ze dat deden, samen met elkaar inning gestrengeld of hoe? En groeiden aan hun voeten gras, aarde, vreemdvormige wortels in zuigende modder? Waar lieten ze hun doden in al dat zompige, waar bleven de knekels steken?

We lezen verder: hangend aan Stad heetten de gronden ‘t Stadshammerk de mensen HAMMEKERS. Ik riep ouderwets Joechei! ik ben nu ook een Hammeker, een met een onbestierbaar zijn in deze strak belijnde wereld waar ik bij mag. Die K. ter Laan, dacht ik, de chauvinist meldt het Friese er ja niet bij. Het WNT geeft HAMRIK als van oorsprong Fries, ik las: de uitgang ‘-rik’ is grondgebied met ‘ham’ als woord dat ‘heim’ of ‘heem’ aanduidt, volgt u mij nog?”

De dood is ook sterk aanwezig in deze gedichten, zoals ook in de verantwoording achter in de bundel:

“Nu weet ik: gebeurtenissen en verdriet vallen wonderlijk genoeg niet altijd samen. Je moet de doden naar je toeschrijven, opdat ze waarlijk in je kunnen opstaan en terug kunnen praten.”

In ‘Natuur pakt ons op onze zwakste plek’ hebben de ouders van de auteur en haar dochter een speciaal plekje gekregen, en in de epiloog van ‘Het was verheffing volgens het ideaal’ lees je over het gemis.

“Uit mijn kindertijd weet ik nog precies de zwanen in de vijvers van kasteel Biljoen, het brood dat mijn handen verkruimelden, het zout voor de schapen, wat mijn oma zei, mijn moeder, wat ik droomde
er zijn ogenblikken dat het lichaam zo ontvankelijk is voor woorden 
dat het zeer doet.”

Ik heb werkelijk kunnen genieten van deze bundel waarin de auteur heel ongedwongen, zonder zich te laten beperken door punten, komma’s en andere grammaticale beknottingen vooral herinneringen met de lezer deelt.


De auteur:

Jane Y. Leusink (Velp, 1949) is dichter, docent en poëzierecensent. In 2003 ontving ze de C. Buddingh’-prijs voor haar debuut Mos en gladde paadjes. Daarna schreef ze nog vier bundels. Kraanvogels is haar zesde bundel. Ze zat in de redactie van Kwam iemand in de tuin vanmiddag (2007), een hommage aan de dichter C.O. Jellema en in die van Wierde van Wierum (2010), ter gelegenheid van de renovatie van een wierde.

Haar gedichten verschenen in diverse literaire tijdschriften en ze stond op diverse dichterspodia. Daarnaast nam ze als jurylid deel aan poëziewedstrijden en schreef ze recensies over verschenen dichtbundels. Tegenwoordig geeft ze les aan de Schrijversvakschool van Groningen. Jane Leusink heeft Nederlandse Taal- en Letterkunde en Literatuurwetenschap gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, ze is werkzaam geweest aan het Spinozalyceum in Amsterdam en de faculteit Cultuurwetenschappen van de Open Universiteit.
Neem ook een kijkje op haar website.

Kraanvogels koopt u bij (de webwinkel van) uw lokale boekhandel of bij:

Boekgegevens:

Titel: Kraanvogels
Auteur: Jane Leusink
Genre: poëzie, bundel
Uitgave: softcover met flappen en foto’s, 80 pagina’s
Uitgever: Uitgeverij Nobelman, april 2022
ISBN: 9789491737831
NUR: 306

Met dank aan Uitgeverij Nobelman voor het toezenden van een recensie-exemplaar
(bron info: Uitgeverij Nobelman)