Vertaald door Ria van Hengel
Verzamelde verhalen
Wereld van tegenstellingen: burger vs. kunstenaar, discipline vs. verval,
ratio vs. de rauwe drift
Het is een monumentale opgave om de geest van een literaire gigant als Thomas Mann in één band te vangen, maar met deze Verzamelde verhalen is die missie zeker geslaagd.
De bundel neemt ons mee van vroege, bijna barokke schetsen naar de zwaardere, politiek geladen novellen. Een aantal zal ik hier bespreken.
In verhalen als Tonio Kröger (1903) en De paljas (1897) voel je de pijn van het 'anders zijn'.
Tonio Kröger is wellicht het hart van deze thematiek. Mann schildert hier op prachtige wijze de eenzaamheid van de kunstenaar die zich te burgerlijk voelt voor de bohemiens, maar te artistiek voor de gewone burgerij.
“Maar waarom noemde Hans hem Tonio zolang ze alleen waren en begon hij zich voor hem te schamen als er een derde bij kwam? Soms was hij dichtbij en vriendschappelijk, ja.”
In De paljas zien we de schaduwkant van dit isolement: de walging van een man die beseft dat zijn zorgeloze leven hem tot een nietsnut heeft gemaakt. Het is een bittere pil, maar geschreven met een verfijning die je bij een jonge Mann vindt.
“Er een eind aan maken: maar zou dat niet bijna te heldhaftig zijn voor een 'paljas'? Het zal wel blijken, vrees ik, dat ik zal doorgaan met leven, doorgaan met eten, slapen, en wat bezig zijn en ik zal er gaandeweg, afgestompt, aan wennen dat ik een 'ongelukkige, belachelijke figuur' ben.”
Geen bespreking van Mann is compleet zonder De dood in Venetië (1912). De neergang van Gustav Aschenbach — van gerespecteerd, gedisciplineerd schrijver naar een man die ten onder gaat aan een obsessieve, onbereikbare liefde tegen de achtergrond van de cholera — blijft een van de krachtigste beelden in de wereldliteratuur. Het is een herinnering aan hoe fragiel onze rationele muren eigenlijk zijn.
“Dat zich een of andere vorm van relatie, van contact tussen Aschenbach en de jonge Tadzio zou ontwikkelen kon onmogelijk uitblijven, en met intense vreugde kon de oudste van hen constateren dat zijn belangstelling en aandacht niet volkomen onbeantwoord bleven.”
Ook in De wil tot geluk (1896) en het vroege Gevallen (1894) zien we hoe de liefde vaak een fatale of ontwrichtende kracht is. Mann heeft een meesterlijk oog voor hoe passie iemands zorgvuldig opgebouwde identiteit kan laten imploderen.
De wil tot geluk
“Was het niet louter de wil, de wil tot geluk, waarmee hij de dood zo lang had bedwongen?”
Gevallen
“Maar de vrouw is een verlorene, door de maatschappij uitgestoten, vogelvrij verklaard, gevallen.
Ja, ge-val-len!”
Naarmate de bundel vordert, zien we Mann reageren op de wereld om hem heen.
Mario en de tovenaar (1930): dit is niet zomaar een verhaal over een hypnotiseur; het is een huiveringwekkende allegorie op de opkomst van het fascisme en de manipulatie van de massa. De uiteindelijke geweldsuitbarsting voelt als een noodzakelijke, cathartische reactie op de tirannie van de geest.
“Een verschrikkelijk einde, een hoogst fataal einde. En toch ook een bevrijdend einde – ik kan er niet omheen het zo te voelen.”
De wet (1944): in deze latere novelle keert Mann terug naar de wortels van onze beschaving. Door het verhaal van Mozes en de Tien Geboden te vertellen, houdt hij de lezer een spiegel voor over de waarde van ethiek en de moeizame weg naar menselijke waardigheid.
“Hij had de gevoelige ziel van een eenzame, geestelijke man die nadenkend knikt bij de slimheid van de wereld en inziet dat die misschien wel gelijk heeft.”
Een speciale vermelding voor Ria van Hengel is hier op zijn plaats. Manns proza kan in het Duits topzwaar aanvoelen door de lange zinsconstructies en diepe filosofische uitweidingen. Van Hengel slaagt erin om de statigheid van Mann te behouden, maar ook de tekst een ritme en helderheid te geven die de moderne lezer direct aanspreekt.
Deze Verzamelde verhalen zijn een must-read voor iedereen die wil begrijpen wat het betekent om mens te zijn in al zijn glorie en ellende. Het is een dikke pil, jazeker, maar wel een die je per pagina rijker maakt.
Thomas Mann (1875–1955) wordt beschouwd als de grote meester van de twintigste-eeuwse Duitse vertelkunst. Zijn bekendste werken zijn de romans De Buddenbrooks en De Toverberg, en de novelle De dood in Venetië. Hij ontving de Nobelprijs voor Literatuur in 1929.
Vanwege de opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland verbleef hij vanaf 1933 in zelfgekozen ballingschap, aanvankelijk in Zwitserland, vervolgens in de Verenigde Staten en ten slotte weer in Zwitserland.
Ria van Hengel vertaalde onder meer werken van W.G. Sebald, Elfriede Jelinek en Herta Müller. Voor haar vertalingen uit het Duits ontving ze in 2007 de Martinus Nijhoffprijs. Bij Van Oorschot verschenen eerder haar vertalingen Fantastische nacht en andere verhalen van Stefan Zweig en Ideeën. Het boek Le Grand van Heinrich Heine.
Verzamelde verhalen koopt u bij (de webwinkel van) uw lokale boekhandel of bij:
Boekgegevens
Titel: Verzamelde verhalen
Auteur: Thomas Mann
Genre: vertaalde literaire fictie, bundel
Uitgave: hardcover, 740 pagina’s
Uitgever: Uitgeverij Van Oorschot, januari 2026
ISBN: 9789028253094
ISBN: 9789028265028 (eBook)
Vertaald door: Ria van Hengel
Met dank aan Uitgeverij Van Oorschot voor het toezenden van een recensie-exemplaar.
(bron info: Uitgeverij Van Oorschot)















